On-kruid: Prikneus

In deze rubriek vertelt Jules Faber wekelijks over planten die in Nederland te vinden zijn. Hij gaat hierbij in op de kruidengeneeskunde en hun benaming, maar geeft ook recepten prijs.

Weet u, als ik een bloem zie dan wil ik daar aan reuken. Dat is een soort automatisme van mij geworden. Maar het is ten strengste af te raden om dat bij de prachtige ‘karmijnrode’ bloem van de prikneus te doen. Want breng je de bloem te dicht bij je neus, dan prikken de stekels die in het hart van de bloem zitten in je neus. Ondanks deze eigenschap noemde mijn tante de prikneus ‘zacht lapje’, omdat de blaadjes aanvoelen als een zacht lapje.

Niet alleen in de tuin, maar ook in een pot op je balkon heeft de prikneus, die door sommige tuinders een saaie plant wordt genoemd, het naar zijn zin. Staat de plant een keertje droog, dan heeft hij daar geen moeite mee, want hij groeit oorspronkelijk op de droge en zanderige gronden in Zuid-Europa. Zijn wollige, wat dikke, viltige, bladeren zorgen ervoor dat de verdamping minimaal is.

De prikneus heeft nog een bijzondere eigenschap; hij kan tegen -30 graden vorst en is winterhard. Als u goed naar de bloem kijkt, ziet u dat hij wat weg heeft van een anjer. Hij is dan ook een volwaardig lid van de anjerfamilie.

Zijn geslachtsnaam ‘Silene’ komt van de Griekse bosgod Silenus, die een bolle buik heeft net zoals de bolle bloemkelk van de prikneus.

Mijn tante gebruikte de zaadjes van de prikneus als vervanger voor maanzaad, maar je moet er niet teveel van eten. Zelf doe ik de bloemblaadjes in ijsblokjes. De kleurige blaadjes zorgen voor een zomers glas water.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden