On-kruid: Maartsviooltje

In deze rubriek vertelt Jules Faber wekelijks over planten die in Nederland te vinden zijn. Hij gaat hierbij in op de kruidengeneeskunde en hun benaming, maar geeft ook recepten prijs.

Of de maand wel of niet zijn staart roert, het maartsviooltje trekt er zich niets van aan. Hij is in dienst van het voorjaar en is een van de eerste voorjaarsbodes die zijn naam eer aandoet. Ze zorgen altijd voor een vrolijke noot in ons openbaar groen, onder een struik, een boom of een heg. Ondanks dat de hartvormige bladeren voor een deel de violetachtige bloempjes bedekken, houd hij van lichte, schaduwrijke en wat vochtige plekken.

Zak eens door uw knieën en ruik maar eens aan het maartsviooltje. Het is het lekkerste ruikende viooltje dat er bestaat. De lekkere zoete geur is door de eeuwen heen altijd geliefd geweest bij de mensen. De Romeinen kweekte het maartsviooltje al om parfum te maken van de zoetgeurende olie die uit de bloem wordt gewonnen. Het woord ‘odeur’ is direct afgeleid van het Latijnse ‘Odorata’.

Dat breng mij bij de medicinale eigenschappen. Olie gewonnen uit de bloem van het maartsviooltje is een probaat middel bij hoest, bronchitis en oogontstekingen. Mijn tante deed de viooltjes enige dagen in een pot met suiker om ze te suikeren, voor garnering van pudding en cake. Daarnaast vroor ze de bloemen in een ijsblokje, voor een lekkere voorjaarsdrankje.

Terwijl ze het volgende gedicht citeerde:

Met het maartsviooltje,
meld het voorjaar zich terug.
Maartsviooltje, aards viooltje
bloei nog even, maar niet te vlug.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden