<p>Een nieuw verhaal geschreven door Frans van den Heuvel sr. Er volgen nog drie delen.<br><br></p>

Een nieuw verhaal geschreven door Frans van den Heuvel sr. Er volgen nog drie delen.

Zuster Beppie en de amaryllis (deel 2)

“Na de kennismakingsronde volgde mijn introductieperiode. Als leerlingverpleegster kreeg je ook huishoudelijke taken toebedeeld. In de praktijk kwam het erop neer dat je een flink deel van je opleiding gewoon poetsvrouw was. De nonnen waren uitsluitend als verpleegsters werkzaam.”

“Het werkrooster werd samengesteld door Moeder Overste. Ze stond erom bekend dat ze regelmatig kwam controleren of je de opgelegde taken naar behoren had verricht. Ze liep wat mank en ondersteunde zichzelf met een wandelstok met ijzeren punt. De vloeren op de begane grond waren geplaveid met hardstenen tegels. Als je in de verte de venijnige tik van haar stok op de vloer hoorde, wist je dat ze eraan kwam. Gooide je er met de pet naar, dan kreeg je een dubbele taak toebedeeld. Ja, ze regeerde met ijzeren hand.”

“Haar kantoor lag op het zuiden. Er stond een donker eikenhouten, bureau met twee stoelen ervoor. Langs de wand stond een houten kast met laden en deuren. Geen enkele versiering aan de wand, met uitzondering van een crucifix boven de deur. Kortom, een uiterst saai vertrek. Alleen als de middagzon haar stralen door het gebrandschilderde raam met de afbeelding van de Heilige Borromeus wierp, kon je zeggen dat er wat kleur en warmte binnenkwam.”

Als kloosterzuster had ze de gelofte gedaan zich verre te houden van wereldlijke zaken. Haar geloof zou voldoende moeten zijn. Maar, Moeder Overste had een zonde. En die zonde heette amaryllis. De plant had een prominent plaatsje op haar bureau. Ze verzorgde de amaryllis zelf. Niemand die het waagde om de plant zelfs maar water te geven. Ze deed dat met een maatbekertje om de andere dag. Precies de juiste, afgemeten hoeveelheid.”

“Het stofvrij houden van de kamer gebeurde twee keer per week en het boenen van het bureau eens per maand. Een vast onderdeel op het werkrooster. Op vrijdagmiddag werd het rooster voor de nieuwe week opgehangen en zag ik dat het dinsdag mijn beurt was om de kamer van Moeder Overste te doen. Tot overmaat van ramp moest ik ook het bureau boenen.”

“Op de dag dat het bureau moest worden geboend, plande Moeder Overste altijd haar maandelijkse bezoek aan de bisschop. Deze had zijn residentie op de Parade. Ze liet zich daar altijd rond tien uur ‘s ochtends naar toe rijden. Wat er allemaal werd besproken werd ons nooit verteld. Ze zorgde er wel voor dat ze tijdens de vespers weer thuis was.”

“Ik zuchtte even diep en ging het kantoor binnen, gewapend met m’n mandje schoonmaakartikelen en de stofzuiger.” 

Wordt vervolgd

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden