<p>Jenny Grandia bespeelde jarenlang het kerkorgel in de Hervormde kerk van Poederoijen. Na haar 60-jarig jubileum was het genoeg en is ze gestopt.</p>

Jenny Grandia bespeelde jarenlang het kerkorgel in de Hervormde kerk van Poederoijen. Na haar 60-jarig jubileum was het genoeg en is ze gestopt.

Orgel spelen met een vinger minder

Het orgel is de koning van de instrumenten, wordt er vaak gezegd. Een instrument waar je zowel handen als voeten voor nodig hebt. Vooral in de kerken neemt het orgel een belangrijke plaats in. Jenny Grandia bespeelde zestig jaar het kerkorgel in de Hervormde kerk van Poederoijen.

door Marielle Pelle

Poederoijen - “Dit is geen werk, het is een roeping”, zegt de 75-jarige Jenny Grandia als ik haar ontmoet boven in de kerk, bij het orgel. “Vroeger was het liefdesdienst, nu ontvang je een financiële vergoeding en is het werk. Maar het blijft een roeping, als organist geef je een bijdrage aan de eredienst.”

“Ik speelde voor het eerst op 22 oktober 1960 op dit orgel. Het was mijn 15e verjaardag. Ik kreeg orgelles van mijn oom. Hij was politieagent hier in Poederoijen en was ook de organist in de kerk. Hij nam me regelmatig mee, en na afloop mocht ik al wel eens een versje spelen.” Grandia vertelt het rustig vanaf de orgelkruk. “Zondag 22 oktober had hij dienst en moest iemand zijn plaats achter het orgel vervangen. Zo speelde ik op mijn 15e verjaardag mijn eerste echte dienst. Zo is het gegroeid”, aldus Grandia nuchter. “Wat het bijzonder maakt? Je leeft mee met een gemeente en ze hebben een organist nodig, dus zo komt het bij elkaar.”

Een vinger minder
Grandia vertelt dat ze thuis een oorkonde heeft dat ze 27 jaar organist was. “De 25 jaar was men vergeten”, zegt ze lachend. En ze vierde ook het 40- en 50-jarig jubileum. “Daarna wilde ik mijn 60-jarig jubileum vol maken. Ik heb vaak gedacht: ik hoop dat ik de 60 jaar mag volspelen.” Dat dit niet vanzelfsprekend was voor Grandia wordt duidelijk als ze vertelt over verschillende operaties die ze afgelopen jaren onderging. “Jaren geleden kwam ik in onze groentewinkel met mijn vinger tussen de snijmachine. Men dacht dat ik nooit meer orgel zou kunnen spelen, maar ik was vast besloten dat ik weer zou gaan spelen. Ik moest het spelen opnieuw aanleren, want één vinger doet niet meer mee.” Grandia laat haar hand zien, met één vinger die korter is en de toetsen niet meer raakt.”Ik speel gewoon met één vinger minder.”

Hoop dat er iemand luistert
Het 60-jarig jubileum van afgelopen oktober werd door de coronamaatregelen doorgeschoven. “Nu denk ik: laat maar gaan”, zegt Grandia. “Op oudjaarsavond heb ik mijn laatste dienst gespeeld in een lege kerk. Je hoopt dat er thuis iemand luisterde. Ik heb hier bewust naar toe geleefd. Ik heb gedaan wat in mijn vermogen lag.”

Spelen voor twee man
“Tot vijf jaar geleden heb ik orgelles gevolgd, dat dwong me om bij te blijven. Als ik les had, had ik drang om het nog beter te doen.” Zestig jaar geleden werden er alleen psalmen gezongen. Dat is één van de dingen die Grandia in de jaren zag veranderen. Nu worden ook liederen gespeeld. Grandia is integer en zegt: “Ik heb me altijd aangepast.” Daar vertelt ze ook met verve over. “Indertijd had je nog verplichte diensten van predikanten uit de regio. Dan was er op zondagmiddag een derde dienst. Er waren die middag maar weinig toehoorders, er waren maar twee man. Ik moest wel gewoon spelen. Ach, dan speel je gewoon wat zachter.”

Doopdiensten
De mooiste diensten vond Grandia de doopdiensten. “Ik probeer altijd in te spelen op wat in de preek aan de orde komt. Soms zit ik tijdens de dienst al te bladeren om het juiste lied te vinden wat instrumentaal klinkt na de preek. Vroeger speelde ik tussendoor en voor de dienst stukken van Bach. Later kwam ik erachter dat andere organisten liederen speelde. En ik maar tobben met die ingewikkelde stukken”, zegt Grandia lachend. “Een bekend lied spreekt vaak veel meer aan!”

Een lievelingslied heeft Grandia niet zegt ze. Ze bladert door de eeuwenoude Joh. De Heer bundel en zegt: “Er zijn zoveel mooie liederen, in mijn hoofd zing ik altijd mee.” Ze blijft stil bij nummer 641 en haar vingers glijden soepel over de toetsen. Ze speelt de oude woorden ‘Ik heb de vaste grond gevonden, waarin mijn anker eeuwig hecht.’ “Dit is de kerk waar ik ben gedoopt, waar ik belijdenis heb gedaan, ben getrouwd en mijn kinderen ten doop heb gehouden. Dit is de kerk waar ik 60 jaar op de orgelkruk mocht zitten. Ik heb echt wel eens gedacht na kerkzaken die speelde: ik stop ermee. Maar vond dat ik dat niet kon maken, want als het orgel zwijgt is dit ontheiliging van de eredienst.”

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden