<p>Dit is deel 1 van het verhaal, geschreven door Frans van den Heuvel sr. Er volgen hierna nog drie delen.</p>

Dit is deel 1 van het verhaal, geschreven door Frans van den Heuvel sr. Er volgen hierna nog drie delen.

Feuilleton: Er is meer tussen hemel en aarde (deel 1)

Moet ik dit verhaal eigenlijk wel vertellen? Wellicht wordt hierna mijn geloofwaardigheid ernstig in twijfel getrokken...

Het is begin oktober, 1975. Een mooie dag, weinig wind en wisselend bewolkt. Lekker weer voor een wandeling. Vanuit mijn huis in de Ruiterstraat in Zaltbommel loop ik door de Strikstraat richting Gasthuisstraat. Rechtsaf de Bloemendaal in en verderop neem ik de trapjes naar de Oranjewal. De bladeren van de indrukwekkende rij kastanjebomen beginnen al te verkleuren. Ik ga linksaf de Staddijk op.

In mijn binnenzak zit een exemplaar van muziekblad Oor. Ik neem mezelf voor om op een bankje te gaan zitten en het blad op m’n gemak te gaan lezen. Pech! Alle bankjes zijn bezet. Op het laatste bankje zit een man. Ik haal m’n schouders op en vind dat ik best naast hem kan gaan zitten. Ik vraag nog wel netjes of hij het vervelend vind. Zwijgend schudt hij van nee, dus neem ik naast hem plaats. Voordat ik begin te lezen bekijk ik hem terloops vanuit mijn ooghoek.

Zo te zien is hij behoorlijk op leeftijd. Wat me in het bijzonder aan hem opvalt, is zijn kleding. Schipperskledij, da’s duidelijk, maar zeker niet van deze tijd. Zover ik het kan inschatten zijn het kleren die men zo’n 50 jaar geleden, misschien nog wel verder terug in de tijd, droeg aan boord van schepen die de rivieren bevoeren. Een donkere, stugge broek met daaronder zware werkschoenen. Hij draagt een zwarte jekker met glimmende knopen en op zijn hoofd een onvervalste, platte, schipperspet. Een beetje schuin.

Ik richt mijn aandacht weer op het tijdschrift totdat hij plotseling zegt: “Schoon hè, die rivier! Dat water, dat alsmaar stroomt, zonder ophouden en dat al honderden, wellicht duizenden jaren lang.” Hij spreekt met een zwaar Vlaams accent. Ik vind het een mooie, nogal filosofische opmerking voor, in mijn ogen, een eenvoudige schipper. Ik knik en beaam zijn opmerking met een volmondig: “Dat vind ik ook meneer!”

“Ja”, zegt hij, “ik ben hier in ‘t verleden vaak voorbij gekomen met m’n schip. Ik ben Belg, en werkte als rivierschipper voor een Hollands bedrijf. Rederij Paulussen uit Maasbracht. Zult u denk ik niet kennen, meneer. Ik had het goed bij hen.”

“De laatste keer dat ik hier was gingen we voor anker vlakbij de haven en roeide ik nog even naar de kant om in het stadje nog gauw een ansichtkaart te kopen om naar mijn vrouw en de kinders in Gent te sturen. Knecht Jan en z’n beide zoontjes, die een reisje meemaakten, bleven aan boord. Kijk, deze was het. Schoon kaartje, niewaar? Dat peilhuiske bij het veer staat er nog steeds, maar het veer zelf is er niet meer. De nieuwe brug hè?”

Wordt vervolgd

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden