Een echte Bommelaar

... kan hem zich nog zo voor de geest halen, de oude ijsbaan. Langs de voetbalvelden, gelegen aan de Hogeweg, kwam je bij de ijsbaan. Een seizoenskaart kostte volgens mij vijf gulden, omgerekend 2,27 euro.

Als je door het hek was, had je gelijk aan je linkerkant het clubgebouw. Ook gelijk links was het raampje waar je of je seizoenskaart liet zien, of entree moest betalen. Liep je de hoek om dan kon je gelijk naar binnen om wat te eten of te drinken. Op de houten bankjes kon je je schaatsen aantrekken. Buiten stonden ook bankjes. En naast de kleedkamer/kantine stond de borstelmachine waar de baan mee geveegd werd.

Ik weet nog dat toen ik nog echt een jochie was. Ik er leerde schaatsen op botjes. Dat waren van die houten schaatsen die je onder je schoenen deed en vervolgens met veters vastknoopte. Niet zelf natuurlijk, nee, dat deed mijn lieve moedertje. En niet één keer. Nee, mijn moeder had een tweeling. Dus twee keer, zult u denken. Nee hoor. Na elk rondje hingen die botjes weer los en scheef onder je schoenen. Met engelengeduld, zonder te klagen, bleef ze die dingen rondje na rondje vastknopen.

Later kocht ik noren. Waar de meeste jeugd op ijshockey schaatsen schaatsten, reed ik liever rondjes. Elke middag en avond rondjes schaatsen. Ik weet nog goed dat je altijd één baan wind mee had, en de andere baan wind tegen.

Elke keer als je de bocht uitkwam leek het wel of er iemand aan de handrem trok. En kwam je de andere bocht uit, dan was je voor je er erg in had alweer aan het eind.
Op het middenterrein reden de hockeyers en de kunstrijders.

En wat ook bij deze fantastische baan hoorde, was dat hij elk jaar lek was. Desondanks blijven de goede herinneringen winnen.

Meer berichten