Speenkruid (Ficara Verna)

In deze nieuwe rubriek vertelt Jules Faber wekelijks over planten die in Nederland te vinden zijn. Hij gaat hierbij in op de kruidengeneeskunde en hun benaming, maar geeft ook recepten prijs. Deze week gaat het over speenkruid. 

Misschien denkt u wel: Alweer een geelkleurige plant? Maar aan het einde van de winter en in het vroege voorjaar overheerst vooral de kleur geel. Speenkruid is met zijn gele, stervormige bloemen, behorende tot de ranonkelfamilie, daar een mooi voorbeeld van. Mijn opa noemde de knolletjes van speenkruid 'katteklootjes', maar daarnaast lijken ze ook op een speen.

Nou moet u weten dat aambeien vroeger ook 'spenen' werden genoemd, en werden behandeld met een papje gemaakt van de knolletjes van het speenkruid. Het hartvormig blad, dat veel vitamine C bevat, werd vroeger gebruikt en gegeten als salade. Daar maakten de arme mensen, die geen geld hadden om fruit te kopen, dan ook gretig gebruik van.

Het speenkruid werd ten tijde van de VOC meegenomen op de zeilschepen, om scheurbuik te voorkomen. De Duitse nam 'Scharbockskruid' (scheurbuikkruid) verwijst daar nog naar. Ze aten dan regelmatig roggebrood belegd met bladeren van speenkruid. Ik kan het u aanraden, deze bijzondere smaakcombinatie. Tegenwoordig is het blad geliefd als voorjaarsgroente in de 'wilde' keuken.

Als de plant eenmaal uitbundig gaat bloeien, dan gaat hij een giftige stof aanmaken om veelvraat van dieren te voorkomen. Laat hem dan maar staan, want als zelfs de dieren de plant laten staan, dan kunnen wij dat ook maar beter doen.

Meer berichten