Theo met verschillende hoogtepunten 'in beeld'. Het lijkt er niet op dat kleinkinderen de motorsport genen in zich hebben.
Theo met verschillende hoogtepunten 'in beeld'. Het lijkt er niet op dat kleinkinderen de motorsport genen in zich hebben. (Foto: )

In de genen: motoren!

Van Geffen (67) debuteerde als vijftienjarige in 1967 als wegracer op het stratencircuit in Heeswijk. Hij had een helm, maar niet het verplichte motorpak. Het deerde hem niet dat hij in het geleende exemplaar verzoop. De 50cc Ducati was een opgekrikte 'bromfiets', gekocht op de automarkt in Utrecht. In zijn carrière won Van Geffen vijf Nederlandse titels bij de NMB en later nog drie bij de KNMV, reed zelfs Grand Prix en werkte als monteur en tuner met motorsporters uit binnen- en buitenland. Passie? Zeker, maar de beleving is anders; voor de buis. Theo tipt voor MotoGP Márquez, Lorenzo, Rossi en outsider Viñales.

door Jetty Duister

Brakel - De vrouw van Theo, Joke heeft al wat magazines van vroeger van de zolder gehaald. Prachtig om dat stukje sporthistorie te zien. Het verhaal zal duidelijk maken dat het sleutelen aan motoren en het racen een familieaangelegenheid is geworden. Waarom? Het zit in de haarvaten, dat kan niet anders. Joke ging al naar races kijken voor ze Theo kende. "Hij bleef maar naar de Kerkstoep in Poederoijen komen," vertelt Joke. In 1973 trouwden ze.

Rammelende Mobylette
Van Geffen is opgegroeid in Delwijnen. Vader was monteur en opa had een fietsenzaak in Kerkwijk. Daar ging de kleine Theo vaak naar toe. Dat hij als achtjarige, met toestemming van zijn ouders, op een rammelend brommertje over niet geasfalteerde wegen naar zijn grootouders croste, is tekenend voor het vervolg van zijn sportieve carrière en werkzame leven. "Brommer rijden was mijn leerschool. Als ie kapot was, deed mijn vader de reparatie voor. Daarna haalde hij alles weer uit elkaar en moest ik het zelf doen. Praktijkervaring en als je zelf rijdt, hoor je en voel je dingen. Met die informatie kun je problemen oplossen en daardoor betere resultaten boeken. Dat heb ik later in mijn werk als monteur en tuner toegepast." Maar Van Geffen begon met een opleiding tot metaalbewerker aan de LTS in Zaltbommel. Na werken in de metaalsector en werd kraanmachinist. In die periode werd er na een hele week hard werken in de weekeinde geracet. En Joke ging altijd mee.

Hospitality: caravan en tent
"Ons team? Joke, mijn vader en moeder en ik. Ik was naast coureur mijn eigen monteur. In 1969 werd ik voor de eerste keer Nederlands Kampioen 50cc. De dubbelslag, NK in 50 en 125cc haalde ik in 1975. Sponsors, dat waren een paar bekenden die je iets gunden. Luxe was het niet. We hadden een tent en de caravan. Maar het was altijd hartstikke gezellig. De kinderen Jarno, Alexander en Lisette groeiden er mee op. Als zij in de kinderwagen lagen en de motoren ronkten, sliepen ze gewoon door. Internationaal heb ik niet veel gereden. Daar was geen geld voor." Maar Van Geffen reed wel naar een achtste plaats in zijn eerste TT in Assen. In 1979 crashte hij op datzelfde circuit. De bovenbeenbreuk en de revalidatie deden hem beslissen te stoppen. Theo ziet zichzelf niet als voormalig topsporter. Hij heeft er nooit apart voor getraind of iets dergelijks. Het was zijn passie en hij kon toevallig goed rijden, vertelt hij iets te bescheiden.

In de jaren dat Van Geffen actief voor de punten over 's lands wegen scheurde, waren zijn race-makkers Cees van Dongen, Theo Timmer, Henk van Kessel en Jan Huberts om er maar een paar te noemen. De meeste wedstrijden werden verreden op stratencircuits. Wie weet het nog? Die fantastische sportevenementen in Woudrichem, Giessen en Ammerzoden waar Boet van Dulmen zijn een thuiswedstrijd kon rijden met Jack Middelburg en Wil Hartog.

Voortschrijdende techniek
De zussen van Theo vonden hun ridders op de stalen ros in Mar Schouten en Wil Krebs. Met Schouten heeft Van Geffen samengewerkt, vooral in de zwaardere klassen. "Monteur zijn betekend nu nieuwe onderdelen monteren of het blok vervangen en data uitlezen. Vroeger haalde je de hele motor en het blok uit elkaar om alles na inspectie zelf weer op te bouwen. De afstelling was en is voor mij iets van vertrouwen op je gevoel en beweging. Maar de techniek schrijdt voort." De motoren van Schouten en den Boet zullen anders aangepakt zijn dan die van Wilco Zeelenberg waar Van Geffen ook mee werkte. Hij vertelt dat Wilco, de kersverse teammanager van Petronas Yamaha SRT, met zijn 80cc niet op een stratencircuit mocht racen omdat hij nog geen 18 was noch een rijbewijs had." Ver voor Herlings was John van den Berk wereldkampioen in de cross. "In 1988 deed ik voor hem de motorblokken, halverwege mijn tweede seizoen werden anderen mensen aangetrokken. Gevolg: een slechtlopende motor. John eiste dat ik weer meeging om de klus te klaren. In Zweden behaalde hij toen op de valreep de wereldtitel. Daar ben ik wel trots op. Net als op de speciale kit die in productie genomen werd nadat ik voor mijn zoon Jarno een TZ50 Yamaha ombouwde tot racer. Jarno werd er in 1994 kampioen mee." Indrukwekkend is de lijst met rijders en teams waarvoor Van Geffen de boel finetunede. Bijvoorbeeld: Yamaha NL - Patrick van der Goorbergh, KTM - Davy Pootjes en dichterbij RT Bommelerwaard en Amici Racing waar jonge rijders w.o. neefje Raymond Schouten de kans kregen om in een professioneel team te racen. De stratencircuits zijn vrijwel verdwenen, net als rijders uit de regio. Is er nog hoop voor de Nederlandse motorsport? "Die is onbetaalbaar en jongeren kunnen niet genoeg trainen en races rijden. Vroeger kon je doorgroeien in verschillende literklassen, nu is het veel van hetzelfde." Herlings, Bendsneyder die bij Dutch Racing Team werkte met monteur Jarno van Geffen en Van der Mark zullen de kar moeten trekken en wie weet komt iemand op het idee de Van Geffen's passie en fingerspitzengefühl in te zetten om motormensen te enthousiasmeren.

Meer berichten