Paarse dovenetel

In deze rubriek vertelt Jules Faber wekelijks over planten die in Nederland te vinden zijn. Hij gaat hierbij in op de kruidengeneeskunde en hun benaming, maar geeft ook recepten prijs. 

Hij lijkt wat op een brandnetel, maar de paarse dovenetel is absoluut geen familie van de brandnetel. Het grootste verschil is dat de paarse dovenetel niet prikt en de brandnetel wel, met al de vervelende gevolgen. Omdat de paarse dovenetel lichte vorst kan verdragen, bloeit hij al vrij vroeg in het voorjaar.

Daarom is hij niet te verwarren met andere netelsoorten, die pas veel later gaan bloeien. De Latijnse naam Lamium Purpureum betekent letterlijk 'keelgat'. Kijk maar eens in de lipbloem, dan kijk je ook letterlijk in zijn keel.

Als je de bloemtopjes toevoegt tijdens het bereiden van eten, hebben ze een wat peperige smaak. Deze peperige smaak herken je ook weer als je thee zet van de paarse dovenetel. Een lekker pittige thee, eventueel afzwakken met een klein beetje honing.

Ik strooi regelmatig wat bloemtopjes op een boterham met kaas, om het geheel extra smaak te geven. Deze smaakmaker wordt ook vaak gebruikt in sterrenrestaurants. Zij doen de bloemhoofdjes door allerlei gerechten.

Wist u dat 'dove' in de volksgeneeskunde niet 'prikkend' betekent? Dat verklaart dan ook zijn zachte en heilzame werking op het lichaam. Dan moet u denken aan rustgevende en ontstekingsremmende eigenschappen, en dan met name voor de keel. Vanwege zijn medicinale eigenschappen wordt deze dovenetel ook nog steeds gebruikt in allerlei kruidensnoepjes en likeurtjes.

Meer berichten