Foto: Foto:

De stad van Flipje

... is in Zaltbommel geboren, woont er zijn of haar hele leven, zal nooit verhuizen, heeft het over de stad als hij het centrum bedoelt, slaat nooit de braderie over, weet gelijk wie of wat je bedoelt bij de volgende woorden; de put, het tunneltje, de buys, de lange van Zijl, het Shellschip, Anna de Kneuter, de puist en het Nut.

Maar een echte Bommelaar doet hier soms ook iets goeds mee. Of nee, niet iets goeds, iets fantastisch.

Zo heb ik een vrouwtje wiens wiegje in Tiel heeft gestaan. Je weet wel, de stad van Flipje. Dat kereltje met het frambozenlijfje. En de stad van Jomanda, de vrouw in het blauw, die zichzelf gebedsgenezeres noemde. Kortom, een stad met vreemde kostgangers.

Miranda, zo heet ze, mijn vrouwtje, dacht net als vele andere meisjes uit Tiel, dat zij er de rest van haar leven zou doorbrengen.

Tot ze op een dag de schrijver van dit stukje ontmoette. Hoewel ik totaal haar type niet was, bleef ik volhouden. En eindelijk, na ruim een jaar, bezweek ze.

Toen ik na een tijdje een huis kon kopen op de Marten van Rossumsingel, het Vossenhol, wilde ze nog niks weten van Zaltbommel. Dus geen Singel voor mij.

Ik probeer haar dit nog steeds te vergeven.

Maar na een tijdje begreep ze twee dingen. 1. Ik zou nooit vertrekken uit Zaltbommel. En veel belangrijker was 2. Ze snapte waarom.

Natuurlijk is Zaltbommel dé stad van Nederland. En o, wat zou haar levenskwaliteit er stukken op vooruitgaan als zij hier zou wonen. En aldus geschiedde. En we leven hier (hopelijk) nog lang en gelukkig.

Carlijn Geron
Meer berichten