On-kruid: Acacia (Robinia)

In deze rubriek vertelt Jules Faber wekelijks over planten die in Nederland te vinden zijn. Hij gaat hierbij in op de kruidengeneeskunde en hun benaming, maar geeft ook recepten prijs.

Nat het passeren van de acaciaboom drong de geur van de bloesem mijn neus binnen en kon ik er niet omheen om er een stukje over te schrijven. Deze geurige bomensoort behoort tot de vlinderbloemige familie, herkenbaar aan de diepe groeven in zijn stam. Deze groeven worden door vogels gebruikt om er noten in vast te zetten, zodat ze deze makkelijk kunnen open pikken.

De acacia komt uit Noord-Amerika en de hofarts van Hendrik de IV plantte de eerste boom rond 1600 in de tuin van het Louvre.

Alle acaciasoorten bezitten scherpe stekels, vooral de 'christusdoorn', die een wat gladdere stam heeft. Deze naam verwijst naar het verhaal dat men na de veroordeling door Pontius Pilatus een stukje bast met stekels uit een boom hakte om een kroon te maken en deze op het hoofd van Christus zette.

Al vrij snel nadat de bladeren aan de boom komen, zie je de eerste witte, gele of roze sterk geurende bloesemtrossen aan de boom verschijnen. Deze bloesem bevat gemiddeld 35 procent nectar dat een lekkere honig oplevert.

De binnenkant van de bruine peulen bezitten nog steeds nectar, maar de erwten in de peulen zijn giftig. De rustgevende bloemenolie heeft een zoete, kruidige geur en wordt veel gebruikt door de parfumindustrie.

De bloemen zijn eetbaar en smaken naar erwten met honing, een smaakcombinatie die wij niet zo gauw zouden toepassen.

Meer berichten