On-kruid: Distel

In deze rubriek vertelt Jules Faber wekelijks over planten die in Nederland te vinden zijn. Hij gaat hierbij in op de kruidengeneeskunde en hun benaming, maar geeft ook recepten prijs. Deze keer over de distel.

Persoonlijk heb ik niet zoveel op met de 'stekelige' distels en dat geld ook voor de meeste dieren. Die lopen er met een boog omheen. Behalve de geiten en de ezels. En laat ik vooral de (vliegende) insecten en de vogels en dan met name de distelvink, niet vergeten.

Distelzaden zijn er genoeg, als je weet dat er tijdens één seizoen aan de knikkende distel wel honderd bloemen kunnen groeien.

De Grieken maakte zalf van het sap van distels om er spataders mee te bestrijden. Het is maar de vraag of de distelzalf echt helpt, want voor zover ik weet is dat niet bewezen. Toen ik als kind weleens dorst had, brak ik de jonge sappige en nog zachte scheuten van de distel, het is een goede dorstlesser. Mijn tante bereide de jonge zachte distelscheuten als groentem. Ze smaken, nadat je ze even gekookt hebt, heerlijk.

Zelf maak ik er een lekkere zomerse 'distellimonade' van.

Het recept
- 1 handvol distelbloemen (vergeet niet je tuinhandschoenen aan te doen tijdens het plukken)
- 2 eetlepels rozijnen
- Paar blaadjes citroenmelisse
- 1 takje munt
- 10 wilde aardbeien (dat zijn die kleine aardbeien)

Doe dit alles in een kan met 1 liter water. Laat dit dan minstens acht uur staan en roer er af en toe een keer doorheen. Daarna kun je genieten van heerlijke, en dorstlessende, distellimonade.

Meer berichten