Marielle Pelle trof Willem en Zus Hardenbol uit Eindhoven aan op de dijk naar Bommel.
Marielle Pelle trof Willem en Zus Hardenbol uit Eindhoven aan op de dijk naar Bommel. (Foto: Marielle Pelle)

'We komen hier voor de rivier'

Langs de dijk naar Bommel… 

In de zomerperiode gaan veel mensen op reis, een dagje uit en reizen over de schitterende dijken in Rivierenland. Deze zomer gaat ook de redactie van De Toren en het Carillon op reis over de dijk naar Zaltbommel en schrijft over toevallige ontmoetingen zomaar langs de dijk naar Bommel.

door Marielle Pelle

Brakel - Het is net na de middag als ik even aanschuif aan een picknicktafel bij Willem en Zus Hardenbol. Samen zitten ze een broodje te eten, terwijl ze uit kijken over de Waal en ze de veerpont vanuit Herwijnen elk kwartier aan zien meren aan de veerstoep. Een schitterende plekje boven aan de Brakelse Veerstoep. "Waarvoor we hier komen?", vraagt de 88-jarige Zus Hardenbol, "nou omdat het hier zo romantisch is. We komen hier voor de rivier, we vinden het hier zo mooi!"

Terwijl ze een broodje kaas klaar maakt en voor Willem een glas karnemelk inschenkt, vertelt Zus honderduit hoe ze genieten van het rijden over de dijk en van de mooie huizen die langs de dijk staan. "Och nee", zo vertelt ze me eerst. "Ze noemen me al 88 jaar Zus, maar eigenlijk heet ik Aaltje. Maar je mag me gewoon Zus noemen, hoor." Ze komen uit Eindhoven. "We houden niet van A-wegen", vertelt de 86-jarige Willem Hardenbol. "Maar we hebben vanuit Eindhoven een stukje A-weg nodig om hier te komen. Bij Hedel/Kerkdriel gaan we altijd de A2 af en begint het mooie ritje." Willems ogen glimmen als hij er over vertelt: "We doen dit elke paar weken wel, altijd hetzelfde ritje. Bij Hedel de polder in richting Zaltbommel en dan de dijk uit richting Brakel en op dit plaatsje eten we dan altijd ons brood op." "We doen dit elke paar weken hoor," vertelt Zus, "en altijd zitten we hier op dit bankje. Alleen als het koud is, dan parkeren we onze auto hier op de parkeerplaats langs de rivier en eten we ons brood in de auto op." Willem laat de koelbox zien die ze meebrengen. "Maar alleen het beleg brengen we mee", zegt hij, "broodjes gaan we hier in Brakel altijd vers bij het ambachtelijke bakkertje in het dorp halen en dadelijk rijden we verder naar een bloemenstalletje in Poederoijen. Voor twee euro halen we daar een schitterende bos bloemen en dan rijden we weer terug naar Eindhoven."

Samen vertellen dat ze vlakbij Eindhoven wonen, midden in de bossen en toch trekt het elke weer om naar de rivier te gaan. Ze vertellen dat ze tien jaar lang voor hun plezier gevaren hebben. "Ik had een plezierjachtje van acht meter, een Doerak, en dat mis ik nog steeds", vertelt Willem. "Door gezondheidsproblemen kon ik niet meer varen en het onderhoud werd te veel, maar die vrijheid heb ik nodig." En terwijl hij naar de rivier wijst, zegt hij: "En die vind ik hier!"

"Op dit bankje hier aan de Waal treffen we altijd mensen", vertelt Zus. "Net kwam de vuilnisman, die hier ook pauze hield, nog even een praatje maken. Wat heb ik een bewondering voor die man, met zo'n grote wagen hier over de dijk. De vorige keer dat we hier kwamen schoof een man hier uit het dorp bij ons aan tafel. Dat was gezellig. Ja," zegt ze, terwijl haar ogen over de rivier gaan, "dit tref je op een terras toch niet!"

Samen genieten ze van het uitzicht, de scheepvaart, het komen en gaan van voertuigen op de veerpont en ondertussen wordt een banaan gegeten, het toetje van deze middag. De koelbox wordt weer ingeladen, we nemen afscheid. Ook Zus staat op en zegt: "Kom Willem, het is voor ons ook tijd om te gaan, want de vierkantjes van dit bankje staan inmiddels in mijn billen, tijd om weer naar Eindhoven te gaan!"

Meer berichten