Afrikaantje

In deze rubriek vertelt Jules Faber wekelijks over planten die in Nederland te vinden zijn. Hij gaat hierbij in op de kruidengeneeskunde en hun benaming, maar geeft ook recepten prijs. Dit keer over het afrikaantje.

De gedachte komt al snel naar boven dat het afrikaantje oorspronkelijk uit Afrika komt, maar dat is niet waar. Ze komen van nature voor in Midden-Amerika. De naam staat dus niet voor het land van herkomst. Maar waar komt de naam 'afrikaantje' dan vandaan? Nou, toen de Spaanse zeevaarders in de 15e eeuw het afrikaantje vanuit Midden-Amerika meenamen naar Europa, werd hij massaal aangeplant in de tuinen van de Moren, die zich in Spanje hadden gevestigd. Moren komen oorspronkelijk uit Afrika en men denkt dat de plant om die reden de naam 'afrikaantje' heeft gekregen.

De wetenschappelijke naam, 'Tagetes', komt van het Etruskische Tages: 'een God met het gezicht van een kind en de wijsheid van een oude man.'

Tussen de mooie donkergroene bladderen van het afrikaantje groeien prachtige bloemen, met zo veel bloemblaadjes dat ze elkaar bijna lijken te verdringen.

De bloemen zijn eetbaar. Ze hebben een citrusachtige smaak. De wortelsappen van de afrikaantjes doden aaltjes (tuinparasieten), die de wortels van planten aanvreten.

Ook de insecten blijven, vanwege zijn specifieke geur, weg bij het afrikaantje. Dat maakt het afrikaantje in de (moes)tuinen tot een functionele mooimaker.

Verder leveren de bloemen ook oliën voor de parfumindustrie en kleurstofpigmenten voor de voedingsmiddelenindustrie.

Meer berichten