Een echte Bommelaar

... kent het wel. Zit je bij de huisarts in de wachtkamer. Begint er ineens een mooie blonde dame tegen je te praten:

"Jij bent toch die echte Bommelaar?"

Omdat het toch alweer heel wat jaartjes geleden is dat ik spontaan werd aangesproken door een wildvreemde vrouw, raak ik een beetje in de war. Ik probeer om niet te stotteren terwijl ik haar antwoord geef. "Inderdaad, dat ben ik."
"Goh, ik lees je stukje altijd."
"Oh, bent u diegene? Enne, bent u ook een echte Bommelaar?"


Nou en of, het was Gerry van Eyl, de vrouw van Otto van de Linden. Elke oud leerling van de LTS zal hem zich herinneren. Haar vader was Piet van Eyl, één van de eerste Bommelaren die een prinsenorde ontving (1977) uit handen van toenmalig Prins carnaval Maerten de tweede.

Ik zeg tegen haar dat ik nog een leuke annekdote heb, waar haar vader onbedoeld een belangrijke rol in speelde. Het zal eind jaren '80 geweest zijn. Ik zat op de Buys Ballot en was samen met nog wat andere gasten verzot op biljarten. Menig tussenuur waren we te vinden in tennis/bowlingcentrum de Waluwe. Voor een gulden kon je er twintig minuten biljarten.

Destijds liep dat voor ons redelijk in de papieren. Totdat ik hoorde dat je in bejaardenhuis de Wielewaal voor een kwartje twintig minuten kon biljarten. Mits je een bewoner kende. Geen probleem. Er kwam toch nooit iemand vragen of je een bewoner kende. Tot die ene uitzondering op de regel.

Een zuster zag ons bezig en zei dat dit niet de bedoeling was. "Of je moest een bewoner kennen?" Ik antwoordde direct dat dit het geval was. "Wie dan?" De eerste bewoner die mij te binnen schoot was de heer Van Eyl. De zuster keek mij aan alsof ik niet goed wijs was (zo ben ik de rest van mijn leven nog veel vaker aangekeken).

"Jongeman, de heer Van Eyl is drie weken geleden overleden"
Oeps!

Meer berichten