Paul Huys Janssen, een van de curatoren die de tentoonstelling samen stelde geniet van het schilderij dat ooit aan Lodewijk XVI toebehoorde.
Paul Huys Janssen, een van de curatoren die de tentoonstelling samen stelde geniet van het schilderij dat ooit aan Lodewijk XVI toebehoorde.

Expositie Brabantse broers

In Het Noordbrabants Museum kun je nog tot 25 augustus de fleurige tentoonstelling 'De Geur van Succes', zien. Deze tentoonstelling is een ode aan Gerard (1746-1822) en Cornelis (1756-1839) van Spaendonck. Twee broers uit Brabant die eind achttiende en begin van de negentiende eeuw bekend en geliefd waren in het roerige Parijs.

door Hanneke Roos

's-Hertogenbosch - Dwalend door de tentoonstelling is deze liefde voor hun werk goed voor te stellen. Bloemen, fruit, vlinders en vogels komen je tegemoet vanuit zowel schilderijen als ook op snuifdoosjes, tekeningen en prenten. De genodigden die als eerste de tentoonstelling mochten bekijken genoten zichtbaar. Ze stonden vol bewondering stil bij de overweldigende stillevens van Gerard en Cornelis, evenals bij de grote driedimensionale Koolroos van Linda Nieuwstad. Deze kunstenares heeft van oude dekens van AaBe een kunstwerk geschapen waarin zachtheid en schoonheid een prachtige harmonie vormen. "De link is ook bijzonder want Gerard en Cornelis zijn kinderloos gestorven en hun erfenis ging naar hun familie in Tilburg. Deze hebben de erfenis geïnvesteerd in de textielindustrie", vertelt Nieuwstad.

Meer dan eens hoor je met verbazing en bewondering spreken over de sfeer die de tentoonstelling heeft. "Dit is een van de mooie kanten van dit museum", vertelt een bezoeker. Lisette Peer uit Tilburg loopt glimlachend rond. "Ik vind dit geweldig! Ik zou een uitspraak van mijn moeder willen gebruiken, die kon enorm genieten van iets moois: "Omdat ik er goede zin van krijg", zei ze dan. Dat is het gevoel bij deze tentoonstelling. Je loopt erdoorheen en je krijgt er goede zin van!"

Ook ten tijde van Gerard en Cornelis kreeg men er goede zin van. Gerard en Cornelis gingen in de leer bij Willem Jacob Herreyns. Een, in die tijd, beroemde schilder, die directeur was van zowel de kunstacademie in Antwerpen als ook in Mechelen. Gerard ging op zestienjarige leeftijd bij Herreyns in de leer en legde zich toe op het schilderen van bloemstillevens. Na zes jaar vertrok hij naar Parijs. Zijn tien jaar jongere broer volgde hem later via dezelfde route. Er is relatief veel bekend over de gebroeders van Spaendonck en collega-kunstenaars in Parijs doordat Adriaan van der Willigen (1766-1841) een serie dagboeken heeft gepubliceerd waarin hij vertelt over het Parijs aan het begin van de 19e eeuw. Deze Adriaan was in Rotterdam geboren en heeft in zijn leven veel ondernomen. Hij diende in het leger van stadhouder Willem V en kwam via een omweg in Tilburg terecht. Waar hij een uiterst bekwaam diplomaat bleek in de onderhandelingen met de Fransen.

In 1802 trok hij zich terug uit de politiek en wijdde zich aan toneel en beeldende kunst. In datzelfde jaar vertrok hij naar Parijs waar hij tot 1805 zou blijven. Daar leerde hij de gebroeders van Spaendonck kennen. Zo schreef hij over Cornelis: 'Vervolgens reisde hij naar Parijs, en beoefende daar het schilderen van Bloemen en Vruchten, onder geleide van zijnen reeds ver gevorderden broeder'.

De broers komen in Parijs, waar op dat moment geen bloemschilders van naam werkzaam zijn. Zij brengen de traditie van de Nederlandse zeventiende en achttiende-eeuwse bloemschilderkunst mee. Niet alleen in schilderijen waren bloemen populair, maar ook in decoraties en interieurs. Hier speelden zij goed op in door bijvoorbeeld snuifdoosjes te decoreren met miniatuur bloemstillevens. Op de tafels van de rijken lagen deze doosjes te pronken. Je zou kunnen zeggen dat het de gadgets waren rond 1770.

Door hun meesterschap gecombineerd met zakelijkheid en sympathieke persoonlijkheid worden zij bijzonder succesvol. In 1774 werd Gerard benoemd tot koninklijk miniatuurschilder van bloemen. Hij kreeg verschillende beschermheren, daardoor kon hij in 1777 meedoen aan de tentoonstelling van de Salon, de tweejaarlijkse tentoonstelling in het Louvre. In 1785 hing een prachtig bloemstilleven in de Salon dat toebehoorde aan Lodewijk XVI. Dit schilderij hangt nu te pronken in de tentoonstelling. Door een andere beschermheer, de graaf de Buffon, kon Gerard in 1780 verhuizen naar een woning in de Jardin des Plantes.

Franse revolutie
Op 14 juli 1789 brak de Franse revolutie uit en Gerard en Cornelis hielden zich rustig. Adriaan van der Willigen schrijft: 'Nochtans waren het gevaarlijke tijden en gezien de revolutionaire oprispingen, waarbij dikwijls veel bloed vloeide, deed een ieder er goed aan zich niet al te luid kenbaar te maken'. Hiermee verwijst hij natuurlijk ook naar de guillotine.

Nadat Napoleon aan de macht kwam bleef het werk van de gebroeders populair. Hun talenten werden op meerdere manieren ingezet. Zo werd Gerard directeur van de Jardin des Plantes en was Cornelis korte tijd artistiek directeur van porseleinfabriek de Sèvres en bleef hij jarenlang voor deze fabriek ontwerpen. Gerard gaf zijn verfijnde tekeningen van planten en bloemen uit als prent. Hierdoor werd zijn werk bereikbaar voor meer mensen. Een aantal van deze prenten is te bewonderen in de tentoonstelling. Je ziet hoe fijntjes en gedetailleerd deze getekend zijn en getuigen van liefde en eerbied voor de natuur en haar schoonheid.

Het huis in de Jardin des Plantes was een plaats waar kunstenaars welkom waren. Gerard gaf er veel leerlingen les, waaronder de, eveneens uit Tilburg afkomstige Josephus Augustus en Henriëtta Geertruida Knip. Hij introduceerde hen in Parijs en hielp hen waar nodig. Van beide kunstenaars zijn schilderijen aanwezig in de collectie van het museum.

De Geur van Succes geeft een bijzonder goed beeld van zowel het werk van de gebroeders Van Spaendonck als ook van de tijd waarin zij leefden. Hierdoor is de tentoonstelling meer dan een bezoek waard. Je krijgt er goede zin van!

Meer berichten