On-kruid: Oost-Indische kers

In deze rubriek vertelt Jules Faber wekelijks over planten die in Nederland te vinden zijn. Hij gaat hierbij in op de kruidengeneeskunde en hun benaming, maar geeft ook recepten prijs. Deze week de Oost-Indische kers.

Rare naam voor een plant die niet uit Oost-Indië komt, maar uit Zuid-Amerika. De Fransen hadden dat in de gaten en noemde hem jezuïetenkers. Zij hebben de plant voor het eerst vanuit Peru naar Spanje meegenomen.

In de tuin valt deze plant met zijn prachtige gele, oranje en rode kelkvormige bloemen meteen op. Heb je de bladeren wel eens bekeken? Die lijken op kleine parapluutjes met baleinen.

De bloemen van de Oost-Indische kers hebben een antibiotische werking en bezitten veel vitamine C, ze zijn eetbaar en hebben een wat peperige smaak. Ik vul de bloemen met wat kwark of roomkaas, als ik de visite op een hartige snack wil trakteren.

Daarnaast zorgen de bloemen, wanneer ze toegevoegd worden aan een omelet, voor een wat kruidige smaak, zodat zout overbodig is. Maar mijn voorkeur gaat uit naar een broodje kaas met wat fijn gesneden bloemen, waardoor de kaas, qua smaak, wordt opgewaardeerd.

Mijn tante had de voorkeur om de fijngehakte bloemen, de dichte knopen of de kersvruchten van de Oost-Indische kers door de huzarensalade te doen. Wanneer ze wat fijngehakte bloemen over had, deed ze deze in de groentesoep.

Nu vergeet ik bijna te vertellen dat je er ook een heerlijke kruidenboter van kan maken, die je ook als vulling in de prachtige bloemen van de Oost-Indische kers kan doen.

Smakelijk eten!

Meer berichten