On-kruid: Hazelaar

In deze rubriek vertelt Jules Faber wekelijks over planten die in Nederland te vinden zijn. Hij gaat hierbij in op de kruidengeneeskunde en hun benaming, maar geeft ook recepten prijs. Deze week over de hazelaar.

Wist u dat de hazelaar tot de berkenfamilie behoort en deze winterbloeier oorspronkelijk uit West-Europa komt? En dat de maand oktober bij uitstek de maand is om hazelnoten te oogsten? Let er bij het oogsten wel op of er geen gaatje inzit. Deze gaatjes worden gemaakt door de hazelnootboorder, een kever. Gooi deze hazelnoten weg want ze zijn niet meer geschikt om op te eten.

Om schimmelvorming te voorkomen, moet je hazelnoten na de oogst op een droge plek bewaren.

Mijn tante legde de hazelnoten op een bakblik in een oven van 170 graden om ze 7 minuten lang te roosteren. Daarna kun je gemakkelijk, met een theedoek, het schilletje van de noot af wrijven.

Geroosterde hazelnoten smaken heerlijk en zijn ook lekker in een zelfgemaakte taart. Ze barsten van de vitamine B en E en bezitten magnesium en calcium, dat maakt hem tot een grote energiebron.

De jonge takken van de hazelaar zijn sterk en flexibel. Ze werden daarom door de oude herders tot een hekwerk gevlochten om de schapen binnen te houden. In de bijbel komt de hazelaar ook voor. De staf van Mozes zou van een hazelaar gemaakt zijn.

In de volksgeneeskunde werden de hazelnoten vermalen en vermengt met reuzel (varkensvet) om er zalf van te maken. Deze zalf smeerde men op wratten, waardoor deze gingen verschrompelen. Om enig resultaat te hebben moest je wel lang smeren.

Meer berichten