Een echte Bommelaar

... kent La Provence als die tent waar alleen de upper class komt eten. Sjieke tent, sjieke locatie, nog sjiekere auto's van de sjieke gasten voor de deur.

Maar mijn generatie (iets ouder dan 30 jaar inmiddels) kent de tent op een andere manier. Tenminste, als je van vissen hield. En dan van snoeken in het bijzonder.

Je weet wel, van die roofvissen. Van oktober tot april mocht je hierop vissen. Je had hier twee dingen voor nodig. Een snoekhengel en aas. Het aas bestond uit levende visjes die je zelf kon vangen.

Lukte dit niet, dan kon je ze kopen. Voor een kwartje per stuk. Hier waren verschillende adresjes voor. Was een leuke bijverdienste voor die vissers. Die vingen er soms wel 100 op een middag. Ze bewaarden ze meestal in een oude vrieskist met een zuurstofpompje erin.

Afijn, met een paar visjes en een stevige hengel kon je op pad. De polder in, om de sloten af te lopen. Of naar het zandgat en de Kloosterwiel. Met een beetje geluk ving je er zelfs meerdere.

En daar kwam La Provence in beeld. Want voor een schoongemaakte snoek kreeg je een tientje per kilo. Win-winsituatie. Zij superverse vis, wij een extraatje.

Ik vraag me af of een van hun huidige gasten zijn sjieke auto zo bij elkaar heeft gevist...

Meer berichten