On-kruid: Moeraseik

In deze rubriek vertelt Jules Faber wekelijks over planten die in Nederland te vinden zijn. Hij gaat hierbij in op de kruidengeneeskunde en hun benaming, maar geeft ook recepten prijs. Deze keer over de moeraseik.

De Quercus palustris, ook wel moeraseik genoemd, is een traag groeiende boom. De bladeren zorgen in de herfst voor een schitterende 'Indian Summer' en blijven vaak tot december aan de boom hangen. Hoe de moeraseik aan zijn Nederlandse naam is gekomen, blijft een raadsel. Hij staat namelijk niet graag in vochtige grond.

De kegelvormige boom heeft een sierlijk ingesneden blad dat 7 tot 15 cm lang. In het voorjaar kleurt de boom geel, in de zomer frisgroen, om dan in de herfst prachtig rood te kleuren. De moeraseik wordt dan een oogverblindende boom. Opvallend is dat de nieuw uitgelopen scheuten in het voorjaar ook rood zijn. Pas later worden ze donkergroen, wanneer de hangende katjes in mei verschijnen. Je kunt hem tegenwoordig ook kopen als leiboom.

Hij komt oorspronkelijk uit het noordoosten van Amerika en is in 1770 in Europa ingevoerd. De boom kan na tientallen jaren een hoogte bereiken van 20 tot 30 meter. De bast is grijs, glad met een lichte groef en de jonge takken hebben een olijfkleurige tint. Aanvankelijk heeft hij geen eikels, pas wanneer de boom een jaar of 15 is verschijnen er kleine, korte eikels.

De moeraseik is zout-tolerant (strooizout) en tolereert luchtvervuiling, vandaar dat men hem steeds meer aanplant in de stedelijke gebieden. Hij is echter vrij windgevoelig, daarom zal je hem niet in de kustregio's tegenkomen.

Meer berichten