Bij Anneke en Hans Vervoorn aan de keukentafel. Met kalender en album opengeslagen halen zij hun herinneringen op aan de evacuatie. Zij moesten hun vee zien onder te brengen.
Bij Anneke en Hans Vervoorn aan de keukentafel. Met kalender en album opengeslagen halen zij hun herinneringen op aan de evacuatie. Zij moesten hun vee zien onder te brengen.

Ik zal het nooit vergeten…

31 januari 1995, na 25 jaar roept dit bij de inwoners van de Bommelerwaard direct verhalen op. Ruim 250.000 mensen uit het Rivierenland moesten verplicht evacueren vanwege de gevaarlijke hoge waterstand van de Rijn, Maas en de Waal. Noem het aan de lijn van het sportveld, op een feestje of op je social media en onmiddellijk komen de verhalen. Want van deze grootste evacuatie uit de recente Nederlandse geschiedenis heeft iedere inwoner uit de Bommelerwaard een verhaal en als ze beginnen te vertellen, komen bij iedereen de herinneringen weer boven.

door Mariëlle Pelle

Regio - "Ik weet het nog, ik woonde in Kerkdriel nog bij mijn ouders en studeerde aan de pabo. Omdat ik vrij was, werkte ik die dag in de plaatselijke groentewinkel. Ik zie mijn zus nog de winkel binnen komen rennen", waarop de ander aanvult: "Dit vergeet ik nooit meer." Sprekend over deze bijzondere geschiedenis, wordt me duidelijk dat iedereen die toen in de Bommelerwaard woonde een geschiedenisverhaal kan vertellen op het moment dat je de evacuatie van 1995 noemt. Hieronder twee van die verhalen.

1. Kalender
Op de keukentafel ligt de bewaarde kalender uit 1995, zoals Anneke Vervoorn elk jaar de kalender gebruikt als dagboek en deze bewaart. De 77-jarige Vervoorn leest voor: "25 januari: Vannacht de schapen uit de uiterwaard wezen halen." Haar man, de 83-jarige Hans Vervoorn vult aan: "Ja, dat weet ik nog, ik had 's nachts geen rust." Anneke Vervoorn leest verder: "25 januari hoog water." De kalender vertelt elke dag summier wat er gebeurde. Maar als Anneke en Hans Vervoorn beginnen te vertellen, hebben ze geen kalender meer nodig. De herinneringen liggen nog vers in hun geheugen. "Het was maandag 30 januari toen Hans zei: "Ik zal toch eens op het gemeentehuis in Zaltbommel gaan vragen." Daar wilden ze dat wij vast gingen vertrekken omdat we een boerderij hadden met levend vee." Ze kijkt me aan en zegt: "Ze wilden wel dat we gingen vertrekken, maar er waren geen mogelijkheden. In de loop van de dag werd bekend dat alle koeien met de trein naar de IJsselhallen in Zwolle mochten, maar dat wilde Hans niet." Hans knikt: "Anneke is de hele dag aan het bellen geweest, maar overal waren de stallen inmiddels vol." Anneke vult hem weer aan: "Tegen de avond hadden we nog niets, alleen het kleinvee hadden we onder kunnen brengen. Ik wist het echt niet meer! Samen dachten we na en ik zei tegen Hans: "Van de zomer hebben we een puppy gekocht bij een boer in Rouveen, zullen we die eens bellen?" De oppas nam op en zei dat de boer en zijn vrouw die avond naar een gezelschap waren met allemaal boeren. Dat was gunstig", lacht Anneke. "Daar zaten allemaal boeren bij elkaar, binnen een uur werden we teruggebeld en was er opvang voor de hele veestapel." Even worden ze stil, van dankbaarheid en verwondering. "Het was allemaal zo wonderlijk!", zegt Hans. Vanuit Rouveen en Staphorst werden veewagens deze kant op gestuurd. "Deze hebben de hele nacht doorgereden, om al het vee veilig in Rouveen te krijgen, zegt Anneke, waarop Hans weer aanvult: "Ik zie de veewagens nog de Kooiweg uitrijden, mijn zoon die mee ging voor de verzorging en daar stond ik, naast een lege stal."

Anneke bladert weer in de agenda en zegt: "31 januari ging het vee weg en dinsdag 7 februari kwam al het vee weer terug." Ze wijst met haar vinger verder op de 25-jaar oude kalender. "Donderdag 9 februari zijn we zelf naar Rouveen en Staphorst gegaan om alle boeren persoonlijk te bedanken." Hans kijkt me aan en zegt: "Er was geen één boer die er iets voor wilde hebben. Zelfs de Staphorster melkfabriek keerde gewoon de opbrengt van de melk aan ons uit." Met glimmende ogen vertellen ze: "Met deze boer is nog steeds contact, elk jaar komt hij nog een keer langs". We kijken het oude fotoalbum door en als Anneke hem dichtslaat zegt Hans: "Ik heb het allemaal als zo bijzonder ervaren. Het was spannend, maar er is met geen één beest iets gebeurd, we kunnen enkel dankbaar zijn."

2. Net bevallen
"Ik was net bevallen van onze vijfde, Harm was ruim 10 dagen oud. Ik weet nog dat ik dacht: Oh, straks zit ik hier met dat kleintje." Dat vertelt Anneke Bouman uit Brakel. "Als ik er over nadenk, komt alles weer boven. Ik zie het nog voor me. Ik had de oudste vier kinderen in bad zitten en ineens stond mijn schoonvader, die komt uit Brabant, onder aan de trap te roepen. Altijd een rustige man, maar op dat moment de angst en de zorg in zijn stem en riep dat de kinderen direct uit bad moesten en dat we moesten gaan." Anneke haalt even adem en aan haar ogen zie ik dat ze de film opnieuw beleeft. "In Brakel was verwarring, wel weg of niet weg. Elke keer kwamen er andere berichten. Wij woonden in de Lindenstraat en er werd berekend dat als het water zou komen, zou het in ons huis tot wel 4 meter hoog komen. Dus alle meubels, boeken en foto's hebben we zoveel als mogelijk naar zolder gesjouwd." Ze begint te lachen: "Oh ja, het orgel hebben we in de kerk gebracht, want die ligt hoog. Daar stonden heel veel orgels van mensen." De druk liep op en besloten werd om de berichten niet af te wachten. De oudste vier kinderen werden naar opa en oma gebracht in Meeuwen. Anneke vertelt en alle details weet ze nog. Ze haalt de oude dia-opname's tevoorschijn en voor het raam in de huiskamer worden alle beelden bekeken. Anneke gaat weer zitten en vertelt: "Die nacht dat die dijk in Ochten zo kritiek was... Ik ben niet op bed geweest, ik heb de hele nacht naar de radio geluisterd." Ze wordt even stil en terwijl ze voor zich uit staart zegt ze: "Ik zie me daar nog zitten alleen in die kamer." Waarop ze besluit: "Deze dagen hebben we in zoveel spanning geleefd, het is belangrijk dat we deze geschiedenisverhalen blijven vertellen."

Meer berichten