On-kruid: Dwergkwee

In deze rubriek vertelt Jules Faber wekelijks over planten die in Nederland te vinden zijn. Hij gaat hierbij in op de kruidengeneeskunde en hun benaming, maar geeft ook recepten prijs.

Bij het gemeentehuis aan de achterzijde kwam ik dit mooie struikje tegen, dat in de vroege lente bloeit met knalrode, op de kale taken groeiende, bloemen. Deze Chaenomeles Japonica, ook wel Japanse sierkwee genoemd, zie je steeds meer als bodembedekker in openbare plantsoenen en tuinen. Niet alleen vanwege zijn mooie rode bloemen, maar ook vanwege zijn afschermende doornen, die door de hoveniers ook wel vuil- of papiervangers worden genoemd.

Zijn tweede Latijnse naam, 'Japonica', verraad al dat hij oorspronkelijk uit Japan komt. Omdat het daar erg koud kan worden kan de struik tegen -25 graden.

Toen de struik in de 18e eeuw naar Europa kwam, werd hij niet alleen bewonderd om zijn mooie bloemen, maar hij werd ook gekweekt om zijn mooie gele vruchten, die in het najaar aan de struik groeien. Deze op een appel gelijkende vrucht werd in de kast of op een fruitschaal gelegd vanwege zijn aangename geur.

Omdat de dwergkwee nauw verwant is aan de appel, is hij eetbaar en rijk aan vitamine C. Rauw zijn ze niet lekker, ze zijn hard en zuur, maar gekookt zijn ze zeer geschikt om er jam van te maken. Let wel op dat u eerst de pitten eruit haalt, de pitten zijn bitter en licht giftig.

Omdat de struik overvloedige stuifmeelpollen produceert kunnen astma-gevoelige mensen beter geen dwergkwee in hun tuin planten.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden