De pest in de Sint-Jacobsparochie te Leuven. 1578, Collectie Museum Leuven.
De pest in de Sint-Jacobsparochie te Leuven. 1578, Collectie Museum Leuven. (Foto: )

Geen app maar stro en witte stok

Toen de pest in de 16e en 17e eeuw heerste in Zaltbommel waren er geen wekelijkse persconferenties met doventolken en zeker geen pest-app. Het stadsbestuur zat echter niet stil, want er was een serieus probleem. Dagelijks stierven er mensen aan de onverklaarbare ziekte.

door Ton van Balken

Zaltbommel - Een heftige periode met jaarlijks 150 doden was er van 1599 tot en met 1604. De meeste slachtoffers waren in het najaar te betreuren. In allerijl kondigde het stadsbestuur noodmaatregelen af. Voor besmette personen was er ook toen een lock-down. Niemand van een besmet gezin mocht gedurende zes weken het huis uit. Aan de deur moest een bundel stro gehangen worden zodat een ieder wist dat er pest heerste.

Als men toch voor de noodzakelijke behoefte de deur uit moest dan was men verplicht een witte stok van één el ( ongeveer 70 cm) bij zich te hebben. Water bij de pomp halen kon niet en men was aangewezen op hulp van de buren.

Maatregelen
In de 16e eeuw waren de afgekondigde maatregelen van het stadsbestuur nog summier. Bij iedere nieuwe epidemie, die zich in het begin van de 17e eeuw wel ieder decennia voordeed, werden de maatregelen uitgebreid en werden de boetes hoger. Zo mocht kleding van overleden pestlijders pas weer na zes weken hergebruikt worden en moesten de strozakken waarop men sliep, buiten de stadspoorten verbrand worden. Varkens mochten niet meer vrij rondlopen op straat en de varkenshokken, die men aan straat had gebouwd, moesten worden afgebroken.

De hondenslager
Ook honden mochten niet meer op straat komen. Men vermoedde dat ook zij een oorzaak waren van de verspreiding van de ziekte. Het stadsbestuur van Zaltbommel had een hondenslager aangesteld voor vier gulden per week. In normale tijden werden enkel de grote honden van straat gehaald. Om de grote honden van de kleine te onderscheiden, gebruikte de hondenslager een beugel die de maat aangaf. Tijdens een pestepidemie werden echter alle honden gevangen en was het gezegde 'het kan niet door de beugel’ niet meer van toepassing. De hondenslager kreeg van het stadsbestuur voor iedere dood geslagen hond twee stuivers. Het is onbekend hoeveel honden jaarlijks in Bommel gedood werden. Bekend is van Middelburg dat er jaarlijks gemiddeld 500 honden werden gedood.

Teertonnen
Men was niet alleen bevreesd voor loslopende dieren, maar ook voor de giftige dampen van overleden pestlijders. In hevige pestjaren stierven er dagelijks vele burgers. Men dacht dat de ziekte zich ook verspreidde door de vreselijke lijkenlucht. Om die reden werden tonnen met brandende pek in de straten gezet. De zware rook moest de duivelse lucht verdrijven.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden