Dit is het tiende deel van het verhaal 'Een stadslegende', geschreven door Frans van den Heuvel sr. Er volgt nog één deel.
Dit is het tiende deel van het verhaal 'Een stadslegende', geschreven door Frans van den Heuvel sr. Er volgt nog één deel.

Een stadslegende... (deel 10)

door Frans van den Heuvel sr.

Alles wat me was overkomen, bezorgde me rusteloze nachten. De heftige gebeurtenis beheerste mijn dagelijks leven.

Ik had mijn baan niet opgezegd, dat zou alleen maar vragen oproepen, maar me op mijn werk concentreren lukte absoluut niet. Ik meldde me ziek met als reden dat ik overspannen was en vroeg toestemming om er een poosje tussenuit te mogen gaan. Men stemde daar mee in, dus ging ik op reis.

In de stad waar de bank gevestigd was, boekte ik een kamer in een chique hotel. Voorlopig voor een week. Na het diner ging ik naar de bar om nog een glas wijn te drinken.

Tot mijn verbazing zag ik daar de journalist zitten.”Wat doe jij hier?”, zei ik “Hetzelfde als jij”, antwoordde hij. “Geld halen!” Hij stelde voor om aan een tafeltje bij het raam te gaan zitten, want hij had wat te vertellen. Ik vroeg me af wat dat zou kunnen zijn. De journalist keek om zich heen en zag dat andere gasten ver genoeg bij ons vandaan zaten. Hij keek me aan en zei zacht: “Er lag nog meer in die onderaardse gang. Een skelet!” zei hij. Mijn mond viel open van verbazing. Ik keek hem aan en vroeg: “Waarom kom je daar nu pas mee?” “Ik ben niet dom”, zei de journalist. “Als ik dat had verteld, had jij, als historicus, alles aan de grote klok gehangen en hadden we naar ons deel van de schat kunnen fluiten. Maar nu de gang afgesloten is, en jij ook jouw deel van de opbrengst hebt geaccepteerd, ben ik niet bang meer dat jij je mond voorbij praat.” ‘Vertel”, vroeg ik, "wat heb je precies gezien?”

De journalist nam nog een slok wijn en vervolgde zijn verhaal. “Het skelet lag ongeveer een meter of twee verderop in de gang. Ik had de lamp neergelegd om de kruik te kunnen loswerken met de koevoet. Het licht scheen laag over de bodem van de gang en bescheen een gemummificeerde arm en schedel en een deel van het bovenlichaam. Aan het bovenlijf van het skelet zaten nog resten van een hemd zonder boord, hetgeen erop duidde dat het om het stoffelijk overschot van een man ging. Je begrijpt dat ik behoorlijk schrok van die aanblik. Het zag er al met al erg luguber uit. De arm was gestrekt en de knokige vingers leken zich te willen uitstrekken naar de kruik in de nis."

(wordt vervolgd)

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden