Column: Afwijking

  Column

Het artikel in de Toren over motorrijders in onze regio in de krant van 26 augustus was een verademing.

Door Johan Cahuzak

Luister even heel goed. Ik word doodziek van dat gezeur over enigszins afwijkende mensen. Als iemand met alle geweld, via de moeilijke kant, zonder zuurstof, de Mount Everest op wil, moet ‘ie dat kunnen doen. En als ‘ie dan naar beneden flikkert, kan ‘ie, indien nog mogelijk, opgelapt worden van onze centen.

Als een groep sneudaards in rare wielrenkleding (die profs ook dragen, vandaar) Tourdefransje wil spelen op de Waaldijk, moet dat kunnen. Mits ze niet met snot sproeien, niet ‘hoger’ roepen en bereid zijn ietsjes in te schikken als het verkeer dat vraagt. Als een jong ouderpaar met een prille drieling van een meter breed op een mooie zondagmiddag op de Maasdijk wil wandelen, moet daar ruimte voor zijn en blijven. Over honden heb ik het niet, vooruit dan maar.

En als ik, nota bene levenslang bewoner van het Rivierengebied, over mijn dijken rijd met een motorrijwiel mag dat. Ik treuzel tegen het omvallen aan als er andere weggebruikers in de buurt zijn, ik knijp de koppeling in als ik langs die drieling of een ruit(st)er kom, ik wacht op bejaarden met hun elektrische fietsen die gevaarlijker zijn dan ik en ik kom er nooit op zondagmiddag.

Jullie moeten ophouden met zeuren en egocentrische kortzichtigheid. Er zijn maar een paar sukkels en die vangen we met elkaar wel op.

Ga anders onder een steen wonen. Of in de Sahara.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden