Jan van de Laar voor zijn arrestatie. Hij overleed op 18 augustus 1944 in Kassel, Duitsland.
Jan van de Laar voor zijn arrestatie. Hij overleed op 18 augustus 1944 in Kassel, Duitsland. (Foto: )

Jan van de Laar schreef wel vijftig brieven

  Historie

In september 1942 werd Jan van de Laar (5 januari 1912, Aalst) door de Duitsers opgepakt, waarschijnlijk vanwege het clandestien slachten van varkens. Vanuit het Duitse Kassel schreef hij vijftig brieven aan zijn familie in Aalst. Jan overleed op 18 augustus 1944.

door Stichting Vier Heerlijkheden

Aalst - Jan van de Laar werd op 5 januari 1912 in Aalst geboren als zoon van Govert dan de Laar en Celia Marie van den Oever. Jan was de jongste uit het gezin. Vader Govert overleed 21 december 1940. Jan woonde nog thuis. In de oorlogsjaren werden hier en daar clandestien varkens geslacht. Van die slacht ging er spek naar de Joodse mensen die ondergedoken zaten. Betje, de jongste zus van Jan, bracht op de fiets af en toe pakketjes met spek naar hotel Gottschalk in Zaltbommel waar ook onderduikers zaten. Betje wist toen niet dat er spek in zat. Door de plaatselijke overheid werd er op toegezien dat de bevolking zich aan de regels hield, daardoor werd Jan, waarschijnlijk vanwege het slachten, gearresteerd door de Duitsers.

Vijftig brieven

Via Kamp Amersfoort werd hij op transport gesteld naar Kassel, Sportplaz Bettenhausen, 'lager Eichenwald' Bettenhausen. De eerste brief vanuit Kassel schreef hij op 25 januari 1943. Hij schrijft daarin dat hij 18 december is aangekomen en nog gezond is.

In Utrecht ontmoette hij nog een bekende uit Zuilichem. In de brief zitten ook twee papieren. Hij vraagt of Betje, zijn zus, of Janus er mee naar het arbeidsbureau in Zaltbommel wil gaan. Daar krijgen ze dan punten voor om een driekwart werkjas aan te vragen voor de kou om naar de fabriek te gaan, of twee overals. Ook vraagt hij om een pan of schaal op te sturen waarmee hij zelf af en toe wat kan koken. Wat hij al had ontvangen was niet genoeg. Hij vraagt nog om een paar hemden en onderbroeken en de werkpet van thuis, zwarte schoensmeer, een pakje tabak of twee pakjes sigaretten. Het pakje met 'eetenswaar en rookers' mag niet zwaarder zijn dan 3,5 kilo. Jan schreef vanuit Kassel vijftig brieven naar zijn moeder en familie in Aalst. Ook kreeg hij brieven van dominee A.P. van der Kooij uit Aalst met bemoedigende woorden.

Terug

Samen met Leen van Kampen en Cornelis van de Moren heeft Jan een poging gedaan om het kamp te ontvluchten. Ze werden echter aangehouden en gefouilleerd. Omdat Jan in zijn binnenzak een kaart had van zijn moeder, verstuurd naar het werkkamp, werden ze daar weer teruggebracht. Leen en Cornelis hebben het gered en zijn weer teruggekomen in Nederland.

Op 25 januari 1944 kwam Jan in het ziekenhuis terecht, in het stadsdeel Rothenditmold in Kassel. Op 26 februari schreef hij: 'Niet van ernstige zaak. Ik heb pleuritus.' Hij schrijft dat hij maar twee brieven in de maand mag schrijven. In een brief van 8 maart heeft hij nog pijn in zijn rechterzijde en in zijn borst. Hij hoopt dat hij er weer snel uit komt, want als je in het ziekenhuis ligt 'trek je geen cent'.

Op 3 april schrijft een medegevangene vanuit het ziekenhuis een briefje met daarin de boodschap dat Jan twee maal is 'gepriemt'. Hij bleef koorts houden en heeft daarna een kleine, zeer pijnlijke, operatie ondergaan. Jan kan zelf niet schrijven omdat de wond dat niet toelaat. De ziekte is gevaarlijk, het zou longontsteking wezen, maar het heeft ook met de ribben te maken. Nog steeds komt er vreselijk veel vuil uit de wond, het is een verouderd iets, misschien wel van het eerste begin dat hij hier gekomen is.

Graf

Jan overleed op 18 augustus 1944 in Kassel, Duitsland. Door de Franse Gravendienst is het graf waarin Jan begraven lag, ruim tien jaar later weer geopend. Voor een juiste identificatie werd aan de familie gevraagd een vragenlijst te vullen. Dit alles moest voor 18 juli 1955 in bezit zijn van de Oorlogsgravenstichting in ’s Gravenhage. Tijdens de opening, een jaar later op 10 juli 1956, waren de drie zussen van Jan aanwezig: Marie Fukkink-Van de Laar, Betje van Wijk-Van de Laar en Nes Oomen-Van de Laar.

Gedenksteen

Jan werd herbegraven op het Ereveld van Nederlandse oorlogsslachtoffers in Frankfurt. Op de begraafplaats in Aalst ligt een gedenksteen waarop ook de naam van Jan van de Laar vermeld is.

Carlijn Geron
Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden